De meesten kennen een eenwieler als een circusnummer. Maar het is intussen ook meer want er zijn behoorlijk wat mensen die het als vervoermiddel gebruiken. En er is de sporttak. Die sporttak is erg breed: van de traditionele atletiekpiste (100 tot 800 meter), over de lange afstand (10K en marathon) naar dansen (freestyle), ploegsporten (basket en hockey) en urban (street, flatland en urban) om tenslotte in de bossen of bergen te eindigen met het munigebeuren (cross country, uphill, downhill). Er zijn ook heel specifieke onderdelen: IUF slalom, 1been, wheelwalk, …
- Track
- 100 meter, 400 meter, 4X100 meter en 800 meter
- doel is hier om zo snel mogelijk van de start naar de finish te rijden. Dit gebeurd meestal op een atletiekpiste. Eenwielers kunnen perfect op een atletiekpiste rijden aangezien ze geen ijzeren onderdelen hebben die de piste kunnen beschadigen.
- bij de 100 meter en de 400 meter mag je niet uit je baan gaan en niet vallen, anders heb je een DQ (disqualificatie) achter je naam.
- 30 m wheelwalk en 50 m onefoot
- bij de 30 meter wheelwalk mag je je wiel enkel maar met je voeten voortbewegen.
- bij de 50 meter one foot heb je maar 1 voet op een trapper.
- IUF slalom parcours
- dit is een vast parcours dat 2 keer gedaan kan worden. De beste poging telt. Een link naar hoe het moet kan je hier vinden.
- Hoog- en verspringen
- Hoogspringen gebeurd over een latje.
- Verspringen is ook duidelijk genoeg: kijk hier naar een voorbeeld.
- Slow en stilstand: valt niet helemaal onder track maar wordt er meestal wel mee verbonden
- slow forward: zo langzaam mogelijk vooruit rijden op een strook van 30 cm. Dit is een heel moeilijke en technische discipline waar je je eenwieler perfect onder controle moet hebben.
- slow backward: hetzelfde als forward maar dan achteruit.
- stilstand: discipline die minder voorkomt. WR is meer dan 1 uur en 46, minuten.
- 100 meter, 400 meter, 4X100 meter en 800 meter
- Road:
- Op EK’s en WK’s worden standaard 10K en marathon aangeboden. De 100km is er af en toe bij.
- Freestyle
- sierlijk en mooi, individueel, in kleine en grote groep: het is echt heel mooi om te zien. In Duitsland is er een uitgebreide competitie.
- Teamsporten
- basketbal: teams van 5 spelers spelen op een gewoon basketbalveld een wedstrijd tegen elkaar. In Frankrijk is er een competitie, in België zijn er enkele ploegen.
- hockey: ook hier strijden 5 spelers op een hockeyveld tegen elkaar. Er wordt met een tennisbalgespeeld. In Duitsland en Zwitserland zijn er competities. In Nederland is er ook een club.
- Urban
- een van de meer spectaculairdere onderdelen is street, flatland en trial.
- flatland: op een vlakke ondergrond voeren eenwieleraars individueel of in een battel hun beste trucks uit.
- street: hier worden onderdelen van op de straat gebruikt: een trap is een minimum, een railing hoort er ook bij. Hier wordt er individueel gereden.
- trial is veruit het meest spectaculaire onderdeel: allerlei obstakels moeten worden overwonnen. Fantastisch om te zien.
- een van de meer spectaculairdere onderdelen is street, flatland en trial.